Ook u kunt tekenen!

Nodig:

  • De reproductie van de tekening van Picasso – omgekeerd (zie 6)
  • 2B potlood
  • Tekenpapier
  • Gum
  • Liniaal
  • Tijd: ongeveer 1 uur

Onze L-modus is een kant die nogal snel van aard is. Uit de werkelijkheid die haar omringt, neemt ze snel enkele details waar en plakt daar dan een label (woord) op.

Dat is ook noodzakelijk. Zonder deze snelle manier van zien en benoemen, zouden we zeker in onze westerse wereld nauwelijks kunnen overleven.
Om haar taak zo goed mogelijk te kunnen uitoefenen, is de L-modus er wel erg op gesteld dat de dingen zijn zoals zij verwacht dat ze zullen zijn.
Nemen we bijvoorbeeld een foto van een nogal bekend iemand en draaien we die om, dan zal de L-modus misschien wel enige moeite hebben om te herkennen wie het is!
Stond er nu maar een NAAM onder!

Kun je zien wie het is?
Als je een foto omdraait, zijn het vooral gebieden van licht en donker die je ziet.
Zie onder als u wilt weten wie het is.)

Met een zeer ingewikkeld beeld zoals bij deze tekening, daar kan de linker hersenhelft echt niets meer mee.
En haakt ze af!
Ze zegt als het ware: ‘De wereld staat niet op z’n kop, dus waarom zou ik mij daar dan nog mee bemoeien.’

Dat is juist wat we willen!
Dat ze zich er niet meer mee bemoeit!

Daar om gaat u nu een tekening op z’n kop natekenen.
In het begin zal uw L-modus wellicht nog wat willen protesteren. ‘Wat een onzin!’ en ‘Wat denk je hier mee te bereiken? Leren tekenen?’
Als u doorgaat en lijntje voor lijntje tekent, zal ze er genoeg van krijgen. En u zult wellicht tot uw verbazing gaan ontdekken dat al die lijntjes u gaan boeien.
De rechterhersenhelft is aan het werk!

Download hier de omgekeerde tekening van Picasso

Wat u gaat doen:

1.      Draai de tekening op z’n kop

2.      Het is belangrijk dat u de tekening in 1x afmaakt en draai hem pas weer rechtop als u het laatste streepje hebt gezet. U wilt nu even kunnen ervaren wat het betekent als de L-modus zich niet met het tekenen bemoeit. Draait u  de tekening tussentijds om, dan zal ze er heel snel met haar commentaar/kritiek bij zijn. En, dat willen we nu juist voorkomen! Daarom: draai de tekening pas om als u helemaal klaar bent!

3.      U kunt beginnen waar u wilt: onderkant, een van de beide zijkanten of aan de bovenkant.

4.      Het is onhandig om eerst alle omtreklijnen van de vorm te tekenen en daarna de delen ‘in te vullen’. Immers, u hoeft maar een kleine fout bij de omtrek lijnen te maken en de delen zullen niet passen. Daarom is het beter van de ene lijn naar de andere lijn te gaan. U bouwt het beeld als het ware van boven naar beneden, of van zijkant naar zijkant op.  Lijn voor lijn voor lijn………

U gaat als het ware zigzaggen: van links naar rechts en van rechts naar links.

                         

5.     Wellicht zijn er delen van de tekening die zo herkenbaar zijn, zoals bijvoorbeeld bij de handen en het gezicht het geval kan zijn, dat u er bijna niet aan ontkomt te denken ‘handen’ of ‘hoofd’. De SYMBOLEN ( voor ‘handen’ en ‘hoofd’) dringen zich aan u op! Wat u  in dit geval kunt doen, is deze delen proberen onherkenbaar te maken door er bijvoorbeeld her en der een paar papiertjes op te leggen en/of uw hand over een gedeelte te houden. Dan kunt u dit weer als een betekenisloos lijnenspel zien en verder gaan zoals u  deze oefening ook begonnen bent: het simpelweg opbouwen van lijnen en lijnen.

6.      Als u dat prettig vindt, kun je terwijl u tekent ook een deel van de reproductie met een wit vel papier bedekken. U ziet in dat geval alleen het gedeelte waar u meer bezig bent. Kijk of u dit plezierig vindt en anders laat u het na.

7.      Als u het laatste streepje hebt gezet pas dan draait u de tekening om.

       Albert Einstein