Home > Blog

> Hoe zit dat nu met die hersenhelften en kunnen tekenen?

Hoe zit dat nu met die hersenhelften en kunnen tekenen?

Hoe zit dat nu met die hersenhelften en kunnen tekenen?

April 2, 2024

Door: Marianne

In de rechterkant van de hersenen ligt het waarnemingsvermogen dat noodzakelijk is om te tekenen.

Mensen die denken niet te kunnen tekenen, tekenen met het ‘verkeerde’ deel van hun hersenen. 

Betty Edwards, een Amerikaanse kunstenaar, ontdekte na jarenlang onderzoek dat het de
vermogens van de rechterkant van de hersenen zijn die het mogelijke maakt voor mensen om
goed naar de waarneming te kunnen tekenen.

Afbeeldingen met verschillende kleuren uitgetypt in een andere kleur dan het woord zelf

Kijk eens naar de afbeelding met woorden en kleuren en noem de kleuren (NIET de woorden!)

Wat gebeurt er?
Zeg je bij BlAUW ‘blauw ’ of zeg je (wat het juiste antwoord op de vraag is) ‘rood?’
Jouw rechterkant van de hersenen wil de kleur zeggen ‘rood’ (want dit ziet het) en je linker hersenhelft wil het woord zeggen: ‘blauw.

Dit laat al zien, dat jouw beide hersenhelften een eigen agenda hebben

LINKERBREIN

Rationeel
Rekenen
Taal
Logisch denken
Controle
Logisch
Analytisch
Orde en patronen
Stap voor stap
Spraak
Tijdsbesef
Gericht op detail
Feitelijk

RECHTERBREIN

Gevoel
Fantasie
Non-verbaal
Creatief denken
Legt verbanden
Intuïtief
Avontuurlijk
Beelden zien
Simultaan
Ruimtelijk waarnemen
Kent geen tijd
Ziet het grote geheel
Geloven

Basale tekening van het menselijk brein
Linker- en rechterhersenhelft

De wetenschap

Je ziet al hoe beide delen van de hersenen bekwaamheden kennen. Het is pas in de puberteit dat deze verdeling tussen links en rechts plaatsvindt. We noemen dat ‘lateralisatie.’ De taken zijn dan verdeeld en alles wat de rechterhersenhelft betreft zit dan in dat deel van de hersenen en de linkerkant heeft haar eigen eigenaardigheden.

Als we naar de tekeningen van kinderen kijken, zien we dat het jonge kind zich ontwikkelt van wat we in de tekentaal koppoters noemen naar een tekening met veel detail in de puberteit.

Wat is er in die tijd van ontwikkeling gebeurt? Het jonge kind pakt een potlood en begint te krassen. Het plezier van de (vaak ronde) beweging met het potlood en de lijnen die verschijnen. De papa en mama (de volwassene) vraagt dan: ‘En wat is het?’ waarna het kind een verklaring geeft. Het is ‘mama’ of ‘papa’ of de hond.

Dan gebeurt er iets bijzonders. Ieder kind maakt op een gegeven moment een artistieke ontdekking: ‘Hé, wat ik zie kan ik door middel van een symbool weergeven.’ Dat is een enorme sprong in hun ontwikkeling. Vanaf dat moment zie je hoe kinderen een eigen arsenaal aan symbolen ontwikkelen die vaak jarenlang stand houdt.

Het zijn geen echte handen die ze tekenen: het zijn symbolen. Het zijn geen echte auto’s, huizen, fietsen, vogels die ze tekenen: het zijn symbolen.

Deze symbolen vinden een plek in hun hersenen en zo rond de puberteit als alle eigenschappen in of de linkerkant van de hersenen komen of in de rechterkant, gaan deze
tekensymbolen naar waar alle andere symbolen zitten: naar de linkerkant van de hersenen.
Mensen die niet geoefend zijn in het tekenen, tekenen eigenlijk met de verkeerde kant van
hun hersenen.
Heel simpel gezegd: als ze een boom willen tekenen, benoemen ze bewust of onbewust het
voorwerp dat ze willen tekenen (hier boom) met een naam (taal) en op dat moment is de
linkerkant van hun hersenen geactiveerd.

Taal is ook een symbool.

Immers, wij zeggen boom, een Engelsman zegt tree en een rus zegt дерево.

We bedoelen hiermee allemaal hetzelfde, namelijk boom.

Taal en tekensymbolen zijn met elkaar verbonden en wie niet heeft geleerd om tijdens het tekenen over te schakelen naar de zienswijze van de rechterhersenhelft gebruikt voornamelijk symbolen bij het tekenen.

Omdat deze tekensymbolen tijdens de kindertijd zijn ontwikkeld, zijn ze meestentijds heel kinderlijk en karikaturaal.

Ze hebben vaak weinig van doen met de werkelijkheid die de tekenaar wil weergeven en terecht is men dan meestal heel ontevreden met het resultaat.

Wie leert overschakelen naar de waarnemingsvermogens van de rechter hersenhelft leert ‘echt kijken’.

Waardoor én de symbolen niet langer een plek krijgen in het eigen werk én – waar het uiteindelijke om gaat’ ; het eigen handschrift tot leven komt.