De verdwenen kunstenaar

 

 

 

Voor kinderen is tekenen de natuurlijkste zaak van de wereld. Een manier om te laten zien hoe zij de wereld beleven.

Maar waarom raken zoveel volwassenen in paniek zodra ze een potlood moeten pakken?

Waar is die vrijmoedigheid gebleven die we als kind hadden?

Het antwoord? De ontwikkeling van ons linker- en rechterbrein.

In de puberteit krijgt alles een vaste plek

Bij jonge kinderen is die verdeling nog diffuus. Alles loopt door elkaar. Pas in de puberteit ontstaat er een definitief onderscheid. Alles wat links hoort, krijgt daar een vaste plek. En andersom. Dit proces heet lateralisatie.

Een klein kind heeft letterlijk geen weet van wat het tekent. Het tekent gewoon wat het ziet.

Voor een puber ligt dat anders. Die heeft inmiddels bergen kennis opgebouwd. En het is precies dit ‘weten’ dat roet in het eten gooit als ze gaat tekenen.

Neem een kubus.

Een klein kind weet niet dat een kubus zes rechte vlakken heeft. Het tekent simpel wat het ziet.

Een puber weet het wél. En nu ontstaat er een CONFLICT. Tussen wat ze weet én wat ze ziet. Want als je naar een kubus kijkt, zie je geen zes rechte vlakken. Meestal één rechtvlak en wat zijvlakjes. Zeker geen zes.

Terwijl… de puber WEET dat een kubus zes rechte vlakken heeft.

Wat gebeurt er dan? Ze probeert dat wat ze weet in overeenstemming te brengen met wat ze ziet. De tekening moet dan wel mislukken!

En juist voor pubers is het belangrijk dat een tekening lijkt.

Het resultaat?

De puber zegt: “Ik kan niet tekenen!” En blijft dit vaak de rest van haar leven denken.

Het linkerbrein in ‘rust-stand

De oplossing?

Geniaal in al haar eenvoud.

Zet het linkerbrein in ruststand. Dan valt het WETEN stil en kan ze tekenen wat ze ziet.

En weet je wat? De tekening zal dan LIJKEN!

 

Meer weten over leren tekenen met het rechterbrein?

Vraag het e-boekje Tekenen met het rechterbrein – 3 oefeningen aan.

https://shop.leertekenen.nl/aanvraag-eboekje-tekenen-met-het-rechterbrein